Site menu:

RSS NBG rooster

RSS Kerknieuws

Meta

Doorzoek de site

Thema's:

Anderen zochten:

Gezin online

Werkrelaties

Skype:

De Geestesgaven horen bij de mens

De werking van de Heilige Geest is een van dé onderwerpen in de kerk van vandaag. Ook dominee Willem Smouter kon het niet laten er een boek over te schrijven, omdat deze ,,gereformeerde jongen de kracht van de Geest heeft ontdekt”.

Door Tjerk de Reus in CV-Koers van december 2006

De Geestesgaven horen bij de mens,,Als de Geest werkt en zijn troost geeft aan mensen, word ik diep geraakt. Het is zo verkwikkend en bemoedigend te merken dat God zich daadwerkelijk met ons bemoeit. Die ervaring is vele malen belangrijker dan de bespiegelingen in mijn boek.’’ Willem Smouter krijgt een bedachtzame blik in zijn ogen wanneer de Heilige Geest ter sprake komt. Hoewel hij geneigd is honderduit te praten, is er steeds ook een ondertoon van schroom en eerbiedige verwondering. ,,De Geest ervaren is een wonder van genade en niet iets dat wij in onze vingers hebben’’, legt Smouter uit.

,,De kracht van de Geest heb ik werkelijk als een kracht mogen ontdekken. Dat was een leerproces. Maar hoe bijzonder het ook is om dat nu al bij momenten te mogen ervaren, het is en blijft een voorschot. We zijn nog niet in de gloria. Er is nog veel dat pijn doet. Maar we mogen wel al iets proeven van de werkelijkheid die wacht: Gods herstelde schepping.’’
Willem Smouter (1957), presentator bij de EO en predikant voor de Nederlands gereformeerde kerk in Apeldoorn (tot voor kort stond hij in Ede), is hoopvol als het gaat om de vitalisering van de kerken in Nederland. Hij gelooft dat er veel te leren valt van de charismatische geloofstraditie. Maar tegelijk blijft hij een ‘gereformeerde jongen’. Dat blijkt ook uit zijn nieuwe boek, Herstelwerk - De Geest van schepping tot voleinding, waarin hij de werking van de Geest een plek wil geven in een breder bijbels denkraam. Zijn theologische vuistregel keert in dit boek geregeld terug: ‘Wat onze God bedoelde bij de schepping, wat Hij herstelde in Jezus en zal voltooien bij de wederkomst, dat wil Gods Geest in ons werken en versterken.’ Smouter kiest dus nadrukkelijk zijn vertrekpunt in de Drie-eenheid van God, zoals die zichtbaar wordt in de lijn van schepping naar voltooiing.
Uw boek is geen uitzondering qua thematiek. Jos Douma, Gert Hutten, Kees van der Kooi, Willem Ouweneel en Philip Troost gingen u voor met publicaties over de persoon en het werk van de Geest. Hoe kwam het tot dit boek?
,,Mijn boek is ontstaan vanuit mijn eigen ervaring als predikant en als gelovige. Ik ben onder de indruk geraakt van het werk van God, heel concreet in de levens van mensen. Juist ook het directe karakter ervan ben ik meer en meer gaan ervaren als verrijkend, bijzonder en indrukwekkend. Met mijn boek wil ik het doordenken en de bezinning verder helpen.
Mensen denken soms dat het allemaal vreemd, raar en buitenissig wordt als de Geest zijn werk doet. Maar dat is een misverstand. Wat we van de Geest mogen ervaren is niet een vreemd onderdeel van het geloof. Het hoort juist helemaal bij het werk dat God begonnen is met de schepping en herstelde in de komst en in het werk van Jezus Christus. Van de grote voltooiing mogen we nu al iets proeven. Hoewel dus het herstel pas dán volledig en totaal zal zijn, zien we ook nu al herstel. Dat te mogen zien is heel bemoedigend. We zien Gods Koninkrijk gestalte krijgen. Als de Geest dat nu al wil geven, moeten wij oppassen niet te karig te denken.’’
Nuchter
U vindt het heel belangrijk om de werkingen van de Geest niet als bovennatuurlijk te beschouwen. Waarom legt u daar zo’n nadruk op?
,,Ik heb veel geleerd van broeders en zusters uit de charismatische kerken. Daar ben ik hen heel dankbaar voor. Maar tegelijk zie ik dat er juist daar tamelijk veel aandacht is voor het zogenoemde ‘bovennatuurlijke karakter’ van bijvoorbeeld de gave van genezing of de gave van profetie. Men is er soms erg op gespitst dat het iets heel speciaals, iets ongrijpbaars is en juist daarom ervaart men het als goddelijk. Ik generaliseer natuurlijk, maar ik heb deze sfeer wel opgemerkt. Als je vervolgens ter sprake brengt dat er ook een menselijke kant zit aan het verhaal, kijkt men je vreemd aan en krijg je de indruk dat je voor hen het wonder onderuit hebt gehaald.
Nu denk ik allereerst dat het gevaarlijk is om dingen te betitelen als ‘bovennatuurlijk’. Ik denk dat alleen God bovennatuurlijk is. Verder is alles natuurlijk. Het is zelfs gevaarlijk om bijzondere gaven zo te benoemen, omdat ze zich dan onttrekken aan controle. Iemand die leiding geeft aan een gemeente kan zich gemakkelijk beroepen op de bovennatuurlijke gave van leiding die hij bezit. Je kunt dan moeilijk iemand ter verantwoording roepen. Afgezien van het feit dat dit een praktisch probleem is dat veel ellende kan veroorzaken, denk ik tegelijk dat we ons moeten laten onderwijzen door de nuchtere manier waarop Paulus schrijft over de gaven van de Geest. Er moet, zo legt hij uit, controle zijn, toetsing. Die insteek is heel wezenlijk.
Bovendien geloof ik helemaal niet dat het wonder verdwijnt als we zeggen dat het níét bovennatuurlijk is. We kunnen het ervaren als iets dat God in de natuur en in het mens-zijn heeft gelegd. Het is dus iets van de schepping! Dat is door de zondeval grondig verstoord geraakt, maar vanuit Christus’ verzoeningswerk kan zijn Geest herstelwerk verrichten en zijn gaven geven. Je wordt als mens weer gevormd naar de mens zoals God je bedoelde. Niet dat je perfect wordt, maar er zijn momenten waarop je zegt: dit is een voorschot van de Geest, waarin ik de voltooiing al proef.’’
Dus ook Adam heeft de gaven van de Geest gekend?
,,Dat denk ik wel, hoewel er over Adam niet zo veel staat beschreven in de Bijbel - als het gaat om zijn bestaan vóór de zondeval. Maar ik denk dat het belangrijker is om naar Jezus te kijken. Hij is de herstelde Adam. Wat kapot is gegaan bij Adam, maakt Jezus weer heel. Hij herstelt en verzoent. Nu is uitgerekend Hij degene die mensen genas, woorden van wijsheid sprak en noem maar op. Hij is de drager van de Geest. Was alles toen meteen perfect? Nee, dat is het eigenaardige. Hij is de Messias, degene die komen zou ter verlossing. Toch vraagt Johannes de Doper, die in de gevangenis zit: bent u het nou echt of toch niet? Die twijfel hoort er op de een of andere manier bij. De Geest herstelt daadwerkelijk en is herscheppend aanwezig, maar de echte verlossing, het ‘herstel van alle dingen’, laat nog op zich wachten.
Voor mij is het een ontdekking geweest om te beseffen dat Jezus zijn wonderen deed als mens. Niet als ‘verklede God’. Hij was volledig mens, zoals God het bedoeld had. Als méns deed Hij wonderen. Ik denk dat je daarom met Jezus een beeld voor ogen krijgt van hoe God de mens bedoeld heeft, inclusief de wonderlijke werkingen van de Geest. Die horen er dus helemaal bij! Niet als een goddelijke toegift, maar als iets wezenlijk menselijks. Daarom kun je de gaven van de Geest beschouwen als behorend tot de menselijke natuur, zoals die oorspronkelijk is bedoeld.
Als je het zo ziet, is meteen ook duidelijk dat de gaven van de Geest niet een overbodig extraatje zijn. Het zijn niet een paar pepernoten die God uitdeelt, cadeautjes die verder weinig te betekenen hebben. De Geest werkt concreet aan het broodnodige herstel van mensen. Denk aan de sleutelzin: ‘Wat onze God bedoelde bij de schepping, wat Hij herstelde in Jezus en zal voltooien bij de wederkomst, dát wil Gods Geest in ons werken en versterken.’’’
Ministry
U zegt dat de gaven van de Geest gegeven zijn met het mens-zijn, dat ze erin gelegd zijn bij de schepping. Hoe kijkt u dan aan tegen iets als het ministry-gebed, waarbij de ‘bidders’ beelden en woorden van God krijgen? Wat is daar ‘natuurlijk’ aan? Het zijn toch boodschappen die ‘van elders’ komen, bestemd voor degene die om gebed gevraagd heeft?
,,Bij ministry-gebed gaat het erom luisterend open te staan voor God en voor de ander. En inderdaad: dat God spreekt, ook vandaag nog, dat is bovennatuurlijk. Maar dat ik die stem hoor en versta, dat is natuur. Herstélde natuur en tegelijk voorproef van de voltooiing. Dat geldt ook naar die medemens toe. Straks zullen we elkaar kennen zoals God ons kent. Soms krijg je daar tijdens het gebed een voorschot op en dat is enorm kostbaar. Het is niet iets totaal anders dan gewoon luisteren naar de ander, maar het is er zó’n intensivering van dat je er God intens dankbaar voor bent.’’
Wat doet het nu met mensen om zo intens met de Geest in aanraking te komen? Worden mensen beter, zijn ze sterker geneigd hun medemensen te helpen bijvoorbeeld of aandacht te hebben voor kwetsbaren? In welk opzicht heeft het u veranderd?
,,Ik denk dat het mijn gevoelsleven veranderd heeft. Ik ben van huis uit een rationeel persoon, sterk gericht op het oplossen van problemen. Ik heb moeten leren inzien dat ik te snel voorbijga aan de pure realiteit van God. Veel meer ben ik de betekenis gaan inzien van het gebed, van het biddend omgaan met God. Niet alleen heb ik dit ingezien, ik heb het sterk ervaren. Vroeger had ik dat al wel bij preken, ik merkte dat het wat uitmaakte of ik biddend mijn preek voorbereidde of niet. Maar de werking van het gebed is veel breder voor mij geworden. Dat houdt ook overgave in en minder vertrouwen op je eigen hersenen. Ik denk ook dat ik meer opensta voor andere mensen.
Maar tegelijk ben ik evengoed een zondig mens, ik heb dagelijks te strijden tegen zwakheden. Dus beter worden als mens? Ik denk dat je heel bescheiden moet zijn, maar ik geloof serieus dat de Geest me meer liefde geeft en vreugde en vrede dan ik van mezelf zou hebben. Dat hoort bij het voorschot op de vernieuwing dat we nu al - ook al is het gebrekkig - krijgen.
Er zijn mensen die zeggen: ‘We leven nu in het tijdperk van de Geest en dus laten we Jezus en zijn kruisdood achter ons, als een station dat we hebben gepasseerd.’ Maar daar verlang ik totaal niet naar. Als het niet meer over Jezus gaat, is de Geest er ook niet.’’
De aandacht voor de Geest, zoals die de afgelopen acht à tien jaar de behoudende Nederlandse kerken overspoeld heeft, stuit ook op veel kritiek. Het zou een signaal zijn dat de tijdgeest stevig vat heeft op de kerken: kicks, ervaring, beleving zijn de sleutelwoorden.
,,De groeiende aandacht voor de Geest staat inderdaad in de bredere context van de cultuur. Religie is weer terug, geloof mag weer. Je kent de gevleugelde uitdrukkingen. Het komt erop neer dat men tegenwoordig weer levensoriëntatie zoekt via de categorie van de ervaring en niet allereerst met behulp van een rationeel kompas. Je kunt daar meesmuilend over doen, er een aanleiding in vinden om kritische noten te kraken. Maar ik denk: God heeft de afgod van het rationalisme van zijn troon gestoten.
Een jaar of vijftig geleden dachten we in de kerk dat we alles wel zo’n beetje doordacht hadden. Al onze theologische inzichten pasten als puzzelstukjes in elkaar en het totaalplaatje hoefde je alleen maar te geloven. Ik overdrijf natuurlijk enigszins. Ik sta graag in de gereformeerde geloofstraditie. Maar wat ik daarin mis, is wat je zou kunnen noemen ‘de verwachting van het tastbare’. We geloven heilig dat Gods Geest het werk van Christus ‘toepast’. Maar als dat werkelijk gebeurt, staan we vreemd te kijken. Dat is de kwestie waarom het gaat. In de aloude Heidelbergse Catechismus staat precies wat het christen-zijn inhoudt: ‘Dat ik deel heb aan Christus’ zalving’. Dat is niet niks! Deel hebben aan Jezus’ zalving is iets werkelijks, iets dat effecten heeft in jouw concrete leven. Het rationele wereldbeeld, dat ook in de kerken is doorgedrongen, heeft het zicht hierop belemmerd.’’
Maar is het niet reëel om hier ook gevaren te zien? Het zoeken naar ervaring kan erg op jezelf gericht zijn, terwijl het geloof zich richt op Christus.
,,Jazeker, er zijn veel gevaren als het gaat om geloof en ervaring. Dat zie ik heel goed en ik zie het ook wel verkeerd gaan. Risico’s volop. Maar kijk eens naar de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs. In die gemeente is van alles fout gegaan. De zonde tiert welig, de Geestesgaven worden verkeerd gebruikt. Toch zegt Paulus niet: de risico’s zijn te groot, stop er maar mee. Nee, hij legt uit wat het juiste gebruik van de gave is, hoe er controle mogelijk is. Dat is een voorbeeld voor ons vandaag. Zorgvuldigheid is heel belangrijk. Het gebruik van de gaven van de Geest moet ingebed zijn in het gemeentelijke leven. Het moet geen eigen leven gaan leiden en draaien om opzienbarende dingen. God vraagt van ons Hem biddend te verwachten. Niet bidden en denken: er zal wel niks gebeuren. Wie verwacht, ontvangt.’’
N.a.v. W. Smouter, Herstelwerk - De Geest van schepping tot voleinding, Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer 2006, 152 blz., € 15,00.

Comments

Comment from Jacqueline
Time: Tuesday 6 February 2007, 11:03

Hallo dominee Smouter, Via de site van Willem kwam ik toevallig op uw site. ‘k Ben benieuwd hoe het met jullie gaat in Apeldoorn. Beginnen jullie je al een beetje op je plekje te voelen? Hier in Zwolle gaat het goed. Ik heb net een heel gaaf gesprek met een vriendin van mij gehad over Gods’ Geest en hoe je die kunt ervaren in je leven. Dit stukje sluit daar heel mooi op aan. Ik kwam veel dingen tegen die ik zelf ook zo ervaar en sta daar de laatste tijd ook meer open voor. Heel fijn is dat. Maar eigenlijk wilde ik u bedanken. U bent ooit een keer (2 jaar geleden) bij ons thuis geweest en ik denk daar nog vaak aan terug. Het was heel tof dat u die moeite nam en u heeft me aan het denken gezet. Heel hartelijk dank daarvoor!

Hartelijke groeten, Jacqueline de Ruijter

PS Mijn broer is uiteindelijk vader geworden van een gezonde dochter. Zo zie je maar weer: “Wie verwacht, ontvangt!”

Write a comment