Foto’s uit Kakasd, Roemenië
| From Bezoek aan Ka… |
In de zomervakantie waren we in Roemenië, samen met de familie Van ‘t Hoog. Op een zondag zijn we naar Kakasd gereden, ook bekend als Valureni. Velen van onze gemeente kennen daar de weg. Op de valreep van ons vertrek uit Ede laat ik graag nog voor de liefhebbers de foto’s zien. Ik vond het zelf eigenlijk wel mooi dat er in de kerk echt wel oud en jong bij elkaar zat; het wekt de indruk dat de nieuwe predikant ook jongeren weet te binden.
- Klik op de foto of bekijk het album
Geplaatst: Monday 16 October 2006 in Thema Persoonlijk.
Reacties: 3
Comments
Comment from Saskia
Time: Tuesday 17 October 2006, 10:04
Eszter en Johanna heten die twee. Leuk, die foto’s; ik wil de anderen ook wel eens zien.
Comment from Saskia
Time: Tuesday 17 October 2006, 10:23
Te vlug gereageerd,zag opeens nog meer Roemeniefoto’s onder het kopje “foto’s”.Heb je er nog meer?
Comment from Iris Van de Casteele
Time: Wednesday 8 November 2006, 3:37
OOIT AL GEHOORD VAN KAKASD?
Er zijn dagen heb dat ik geen zin heb om te zijn wie ik ben. Eigenlijk zou het moeten heten, ‘dat ik geen zin heb om te zijn wat de andere denkt dat ik ben, of datgene denkt te kennen wat ik ben’. Dat zijn momenten waarop de onzichtbaarheid in mij wakker wordt; dat ze woorden in mijn handen legt zonder ze uit te spreken. Dat ze in mij leeft en beweegt terwijl ze zich een weg zoekt om dat verstikkende omhulsel, dat lichaam heet, te verlaten.
Datgene, wat geen naam heeft, geeft me andere ogen, andere oren en een totaal ander gezicht. Niemand merkt daar wat van. Alleen ik weet wat er aan de hand is want ik voel me een boom worden die met zijn geheugen naar zijn wortels tast. Hoeveel dat te maken heeft met de plaats waar ik miljarden jaren voor het eerst geboren werd, weet ik niet. Het woud is er nog steeds, dat weet ik zeker. Ik zag het met mijn eigen ogen. Niemand hoeft mij te geloven. Ik vertel zo maar iets; iets om mezelf te overtuigen dat ik niet gedroomd heb; dat ik echt beleefd heb hetgeen ik ga vertellen over een plek die Kakasd heet. Luister:
Ik zag ze: ongelooflijk groene, uitgestrekte dalen. De mensen die er woonden waren niet talrijk daarom leefden ze dicht bij elkaar. Het land waarin de dalen lagen was onmetelijk groot. Om de twee uiteinden van dit land met elkaar te verbinden waren er twee huizen gebouwd: aan ieder uiteinde van het land een huis. Ze waren heel speciaal. Het leken tweelingen. Ze samenvoegen was onmogelijk, daarom liet men een bouwheer komen wiens geest een onuitputtelijke verbeelding bezat. Een geniale geest, die tussen de tweelingen andere huizen en gebouwen liet ontstaan om de mensen allemaal met elkaar te verbinden. Hij bedacht alle soorten vormen, en de bewoners bouwden alles met hun blote handen, meestal met hout als materiaal, maar ook leem gemengd met stro. Tussen de woonhuizen stonden huizen met torens, waarin de mensen gingen bidden, en huizen, met hoog boven het dak, een halve maan en een zon als wijzer, waar de mensen samenkwamen om over hun verschillende afstamming te spreken.
Het was alsof de huizen zich in het landschap nestelden, alsof ze zo de eeuwigheid wilden ingaan. Geen enkel bezat de vorm die wij aan onze huizen geven. Eén leek op een arend, wiens wijd gespreide vleugels uit houten veren bestonden, en die de punt van zijn open
snavel op het voetpad liet rusten ; een open snavel als ingangspoort. Nog een huis leek op een reusachtige borstholte; alle ribben lagen bloot en waren van warm en glanzend hout. Een ander huis was een reuzenlong waarin de aanwezigen konden afscheid nemen van hun geliefde doden. De stoelen waren navenant; ze hadden allemaal de vorm van een zittende mens. Er was ook een watertoren. Hij geleek op een enorme paddestoel die altijd weer opduikt in fabels en vertellingen. Een ander huis bestond uit twee helften van een hart. Door de splitsing kon men naar binnen gaan. Het hart scheen te ademen en alles ademde hout.
In dit mysterieuze land van demonen en fabelwezens voelde ik me thuis. Ik ging binnen langs de geopende snavel van de arend en raakte alle aanwezigen aan met mijn ogen. Iedereen was blij met mijn komst; ik was teruggekeerd naar de plaats waar ik miljarden jaren geleden geboren werd, om van daaruit te gaan zwerven, soms als een glanzend herfstblad, soms als op zee dobberend wrakhout. Wie me niet gelooft kan gaan kijken. Hij zal datgene zien wat zijn ogen in staat zijn te kunnen waarnemen ; niets meer en niets minder. De plek met de halve maan en de zon ligt in een geheimzinnig land. Wie de aarde en haar wouden liefheeft is
er welkom. De zonnemensen en de halvemaanmensen vormen er één grote familie. Alles is er écht, zelfs de naam van de plek. Ik geloof dat ze Kakasd heet, doch mijn hoofd zou ik er niet durven op verwedden.
Iris Van de Casteele - 1990
Asunción- Paraguay
Wie kan dat voor mij in het Duits of Honhaars vertalen ???
Write a comment