Wie een godsdienst beledigt, beledigt daarmee niet automatisch de aanhangers van die religie. Een man die kort na de dood van Van Gogh een pamflet op hing met de tekst: ”Stop het gezwel dat Islam heet”, is dinsdag vrijgesproken. De Hoge Raad zegt dat het niet strafbaar is om zich beledigend uit te laten over een godsdienst. „Ook niet als dat gebeurt op zo’n manier dat de aanhangers van die godsdienst daardoor in hun godsdienstige gevoelens worden gekrenkt”.
Ik kan me goed voorstellen dat je daar als christen (ook als moslim trouwens) je wenkbrauwen bij fronst, vergelijk het commentaar in het Reformatorisch Dagblad: “Deze gedachtegang peilt absoluut niet wat godsdienst voor overtuigde aanhangers betekent”. En dat is waar: het raakt mij ook enorm als ik hoor spotten met God. Met Psalm 1 valt te zeggen dat je je niet thuis voelt in de kring der spotters. Toch ben ik ervan overtuigd dat de Hoge Raad een verstandige uitspraak heeft gedaan en dat we daar blij mee moeten zijn. Het debat over godsdienst moet alle ruimte krijgen, zonder inmenging van de rechter. Heus: anders ben ik straks strafbaar wanneer ik Jezus Christus de enige weg tot God noem. Er moet ruimte zijn om te zeggen dat de radicale interpretatie van de Islam een gevaar voor de samenleving is en niet om te zeggen dat alle moslims terroristen zijn. Dat is een fine line maar juist daar hebben we rechters voor.
Overigens lijkt de Hoge Raad een signaal aan het kabinet te geven op een verwant dossier. Zoals bekend wil minister Hirsch Ballin het Artikel 147 over godslastering schrappen, als tegelijk daarmee Artikel 137c over groepsbelediging wat “verduidelijkt” wordt. De minister zou de uitspraak van de Hoge Raad kunnen gebruiken als een glashelder voorbeeld van zijn stelling dat het “nu niet voor alle rechters duidelijk is dat gelovigen ook worden beschermd met het huidige artikel 137c”. Maar met even veel recht kun je argumenteren dat het artikel over godslastering zijn eigen plaats meer dan waard is. We hebben het over drie dingen: over de bescherming van gelovigen, over de bescherming van het geloof en over de bescherming tegen godslastering. Ik zou zeggen dat het religiedebat volkomen vrij gevoerd moet worden, dat gelovigen zich niet te gauw beledigd moeten voelen, maar dat godslastering een grens overschrijdt die we elkaar niet aan moeten doen. Uitbreiding van het artikel tegen groepsbelediging heeft het risico van een glijdende schaal: je kunt je overal wel door beledigd voelen en straks mag er niks meer. Maar godslastering verbieden, ook al wordt het artikel zelden toegepast, blijft zinvol als ’belangrijke morele ankerplaats’ (Kees van der Staaij, SGP).
- Dit artikel is overweging achteraf bij de opname vanochtend voor EO Deze Week, uit te zenden 14 maart 21.35 op Radio 5
- Gepubliceerd in Reformatorisch Dagblad d.d. 17 maart

Interessant artikel.
Ik denk dat dit iets is wat niet via de wet moet worden afgedwongen worden, want dat brengt enkel een cosmetische verandering teweeg. Dit is een cultureel probleem en persoonlijk denk ik dat inmenging van de overheid alleen maar meer druk op deze kwestie zet.
Er is niks mis met het hebben van kritiek op bepaalde religies, of het fenomeen religie in het algemeen. Het uiten van kritiek zorgt voor vooruitgang en zelfreflectie, zowel bij de aanhangers als tegenstanders van een religie.
Het probleem ligt hem tussen kritiek tonen en opzettelijk beledigen. Dit zijn twee zaken die niet gelijk zijn en hebben in mijn ogen weinig met elkaar van doen, ook al zijn er zekere raakvlakken.
Denken dat vrijheid is dat je kan zeggen wat je wilt is onzin, vind ik. Vrijheid en democratie is geen een-richtings verkeer. Men behoort de vrijheid te hebben om kritiek te tonen, een eigen mening te hebben, etc. Maar daar staat tegenover dat ik als persoon ook de vrijheid dien te hebben om beschermd te worden tegen buitensluiting, opzettelijke beledigingen, etc.
Opzettelijk beledigen heeft weinig te maken met het hebben van een eigen mening. Wanneer ik tegen een willekeurig persoon zou zeggen: “Je moeder is…(vul de rest zelf maar in).” Is dat dan een mening gebaseerd op solide argumenten? Of is het gewoon onbeschoft gedrag wat tegengegaan en afgekeurd dient te worden?
Zelfs op de kleuterschool leren ze je dat je niemand mag uitschelden, geen mede-leerlingen mag pesten en/of buitensluiten. Waarom dat bij de rest van Nederland niet vanzelfsprekend is, dat snap ik niet. Misschien is het maar het beste om ook hen als kleuters te behandelen.
Groetjes van je broeder uit het Midden Oosten,
J.F.
Hey J.F.,
Boeiende comment, maar mijn eigen blog is toch echt hier> http://donanobispacem.wordpress.com (hier gebeurt praktisch niets overigens, mijn pa is een veel activer blogger!).
Alle goeds!
Karel
Er is een verschil tussen een cartoon en een caricatuur.Een cartoen moet kunnen, een caricatuur niet. De Deense cartoons waren caricaturen – begrijpelijk dat Moslims daar woedend over waren. Toegegeven, ze zijn wel erg licht geraakt! Maar of wij Westerlingen nu in de beste positie zijn om hen het verschil te leren, vraag ik me af. Bob