“Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” 3

Serie over de zeven kruiswoorden – Mattheüs 27: 45v
“En van het zesde uur af kwam er duisternis over het gehele land tot het negende uur. Omstreeks het negende uur riep Jezus met luider stem, zeggende: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?”
Zo klinkt het kruiswoord dat we vandaag bespreken bij Mattheüs (27: 45v). Het kruiswoord dat aan deze Psalm ontleend is en dat misschien wel de diepste diepte markeert van het lijden van onze Here Jezus. Ja, het is allemaal waar en het is gruwelijk, van die striemen, die geseling, die spijkers en die hoon. Maar dit is er de binnenkant van: van God verlaten te zijn. Dat is niet te filmen, zo erg. “Mijn God, mijn God”.
Het wordt eerst verkeerd begrepen, een ander spot ermee en ieder gaat er zijn eigen kant mee uit. Het is ook haast niet te peilen.
Jezus ontleende die woorden aan Psalm 22 en die zin was het zo helder als glas, wat Hij zei, zo uit de woorden van David genomen. Daar wil ik overigens vandaag inzetten, bij die Psalm zelf in z’n oorspronkelijke setting van een echte mens die deze dingen roept.

Ik stuitte hierop, toen ik voor mezelf zat te oefenen om Psalmen toe te passen in onze tijd en in mijn eigen leven. Ik heb wel eens gezegd: Psalmen mag je altijd uit hun verband rukken. Je mag ze zingen of lezen alsof ze voor jou geschreven zijn. Of voor mensen die je kent. Goed, dat zat ik nou zelf te oefenen.
En toen kwam ik aan Psalm 22. “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?”. En toen merkte ik, dat ik al haast weer verder gebladerd had. Want Psalm 22, dat lijkt nauwelijks een psalm van òns. Het is eigenlijk helemaal een Psalm van de Here Jezus. Hij heeft dat geroepen. Zijn kleren hebben ze verloot en Hem hebben ze bespot. De Psalm is zó bekend, maar dan als iets van de Here Jezus. Een Psalm voor de lijdenstijd, één keer per jaar.
En toch… ineens kwam het op me af, dat het natuurlijk wel degelijk een Psalm is over David zelf en daarom ook gewoon over ons. Hij bedoelde niet te zingen dat de Here Jezus van God verlaten was, maar dat God hèm in de steek had gelaten! Dat zijn jammerklacht onbeantwoord bleef. Mijn God, ik roep des daags, en Gij antwoordt niet. Ik bid wel de hele dag, maar het helpt niet! En ’s nachts ga ik nog door en ik kom niet tot stilte.
Ineens zag ik de Psalm niet meer als een profetie over Jezus die zo frappant uitgekomen is, maar als de roep van een mens. Van Gods liefste kind, David, die het eerlijk zegt: bidden helpt niet, want U antwoordt niet.

En natuurlijk zag ik toen mensen voor ogen. Lieve kinderen van God, die het kwijt zijn of kwijt dreigen te raken. Een meisje van 16 dat zelfmoord probeerde te plegen. Een broeder die al vele jaren lang gemene stemmen in zijn hoofd hoort. Een zuster met vreselijke herinneringen die je niet eens kunt noemen. Mijn God, waarom heb U mij verlaten? Zo echt staat die ervaring hier verwoord, zo echt: “ik roep des daags, en Gij antwoordt niet, en des nachts en ik kom niet tot stilte”. Dat is wel heftig; dat is geen vroomheid maar Psalmen-taal.
Meestal durven we zulke heftige woorden niet toe te laten. In blijdschap niet en ook niet in verdriet. Wat de blijdschap betreft, de Psalmen zeggen soms zo simpel: “ik riep tot God en Hij verhoorde mij”, of: “nauw richtte ik tot Hem mijn smeken of in mijn hart was reeds een lied”. Wij zeggen dat niet zo gauw, want zo makkelijk gaat het allemaal niet, en anders lijkt het wel of je in zo’n tv-show zit! En aan de andere kant: die godverlatenheid, ja, dat probeer je toch ook wat af te zwakken. Vaak leven we zo verdund, zo afgetopt naar boven en beneden. Niet al te uitbundig doen over gebedsverhoring (misschien ga je later onderuit…) en niet te hard roepen over de angst dat Hij er misschien helemaal niet is, want stel dat het waar is.
Maar in de Psalmen staat het er allebei: uitbundig blij over gebeds﷓verhoring en diep in de put als Hij je niet helpt. In de Psalmen staat het en laten wij het toch óók doen, in goede en kwade dagen. Want het belangrijkste is, dat je naar God toe gaat, dat je tot Hem roept – wat er ook is.
Goed, maar hoe nu verder? Het is nuttig om je angst en pijn te erkennen, maar hoe kom je eruit? Krijgen we daarover ook wat mee uit Gods Woord? Wel, het eerste wat David doet, herkent u vast wel: nadat hij in vs 2 en 3 zijn verlatenheid uitgeroepen heeft, gaat hij verder met “nochtans zijt Gij de Heilige” en met “op U hebben onze vaderen vertrouwd”. Twee punten zijn dat. Eerst iets als: en toch weet ik ergens wel dat God er is en dat Hij machtig is. En daarna: ja, het zit ‘m ook niet alleen op mijn privé﷓ervaring vast. Mijn mede﷓christenen (en mijn ouders allereerst), die hebben toch gemerkt dat God helpt! Herkent u dat, zo’n houvast zoeken? Tegen jezelf zeggen: en toch is God de Heilige. Toch probeer ik vast te houden, dat bidden helpt. En dat is heel goed, om die dingen tegen jezelf te zeggen. Gelukkig maar, dat het niet alleen van mijn ervaring afhangt en dat ik deel ben van een gemeente, die getuigt dat Jezus leeft, ook vandaag!

En toch. Toch kom je daar niet helemaal mee uit. Je ziet David ook weer wegzakken: “Maar ik ben een worm en geen man, een smaad voor de mensen en veracht voor het volk”. Nou ja, ik hoef het niet toe te passen, u herkent het. Op en neer. Je voelt je bemoedigd en het zakt weer weg. Wie zwaar in de put zit, voelt zich niet alleen intens verdrietig, maar ook als last voor anderen en een aanfluiting voor de mensen. En uiteindelijk: wat heb je nou aan God, wat heb je aan Hem in je verdriet?
Weet u, volgens mij hebben we voor ’t antwoord toch de Here Jezus nodig en om precies te zijn de lijdende Here Jezus. Want ik kan tegen iemand die alles kwijt is ook wel zeggen: heb geduld, want uiteindelijk hoort God je gebed. Dat is waar en ik heb een enkele keer wonderlijke verhoring gezien waar je absoluut niet omheen kunt.
Maar toch zie ik steeds duidelijker: het grootste van het evangelie is niet dat Jezus overwinnaar is, maar dat Hij voor me geleden heeft. Niet allereerst dat Hij mijn ziekten geneest, maar dat Hij ze draagt. Het valt me zo op, dat de discipelen de Here Jezus na zijn opstanding herkennen aan zijn wonden en niet aan z’n succes…
Jazeker, Jezus leeft, en overwinnaar zàl Hij zijn, over zonde dood en pijn. Of om het wat klassieker te zeggen: de dood heeft voor ’t eerst gebeefd. Absoluut. Maar nu gaan de bloemen nog dood en je angsten komen steeds terug, of de afbraak van je gezondheid gaat door. Over Jezus en onze pijn staat in de Bijbel: “Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen” (Jes. 53:4). Daar wil ik over nadenken, wat dat betekent: onze ziekten heeft hij op zich genomen en onze smarten gedragen. Zeker, er staat ook dat Hij voor onze zonden stierf en daar hebben we het vaker over. Maar wat betekent Hij voor onze ziekten, voor onze pijn? Het is volgens mij niet zozeer dat Hij onze problemen heeft opgelost, maar dat Hij ze draagt. Zeker, Hij geneest ook en we zouden daar veel vrijmoediger over moeten praten. Maar het eerste is: Hij draagt onze ziekten, Hij heeft ze op zich genomen. Geprezen zij de Here, dag aan dag draagt Hij ons, die God is ons heil (Psalm 68:20). Hij, de Here Jezus, draagt op dit moment jouw pijn en uw angst en het is nog niet over. Daarom is Hij nog steeds, ook in de hemel, te herkennen aan zijn wonden. De zonden zijn intussen betaald, maar aan de wonden is Hij nog te kennen.

Nog eens naar die Psalm 22. David heeft over zijn eigen godverlatenheid gezongen. Tegelijk zong hij over de Here Jezus. Want de Psalm is wel zó duidelijk vervuld in Hem. Dus David zong over zijn eigen lijden en tegelijk zong hij het lijden van de Here Jezus. Dat moet je je indenken. Hij zong het lijden van de Here Jezus. Kan dat dus? En kan dat ook als wij de Psalm zingen: tegelijk ons eigen leed en dat van Jezus. Als u in uw angst naar God roept, roept u dan de angst van de Here Jezus? Heb ik de vertwijfeling van de Here Jezus gehoord in het roepen overdag van een broeder in nood? Hebt u de pijn van de Here Jezus gezien in de ogen van iemand die ’s nachts niet tot stilte kwam?
Jazeker, zo mogen we dat zeggen. Als de minste van mijn broeders honger lijdt en jij hebt hem gevoed, zegt Jezus, dan heb je Mij gevoed. Welnu: als dat waar is, dan is de honger van die broeder de honger van de Here Jezus geweest. Dan is de angst van u, mijn broeder of zuster, de angst van de Here Jezus. Dan is de psalm van Jezus, Psalm 22, ook jouw psalm.
En natuurlijk is het veel breder. Er staat ook AHere, wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en hebben U gehuisvest, of naakt, en hebben U gekleed?@. Dat is een tekening van al die ellende en nood om ons heen. Vluchtelingen, vaak kennen we ze persoonlijk. Geweld, oorlog, terrorisme – we zien het op TV. Mijn God, mijn God, waarom…
Waar is Jezus in dat alles? Antwoord: Hij is daar in die slachtoffers. Hij is er niet zozeer in de militairen, of het nu van de slechte of de goede kant is. Hij is er zelfs niet allereerst in de hulpverleners. Nee, Hij is er in de slachtoffers. Hij is de vreemdeling die een thuis nodig heeft, Hij is de vader die gedood werd en de moeder die op de vlucht is. Zijn verbroken lichaam, het is te zien in de verminkten. Onze ziekten heeft Hij op zich genomen en onze smarten gedragen…
Wat dat in de praktijk betekent, daar blijf ik maar over verder denken en bidden. Volgens mij heeft David het begrepen. Hebt u gezien, dat die Psalm zo’n rare omslag bevat? Regel na regel zingt David over zijn ellende, over leeuwen en beren en smerige honden. En dan ineens: “Gij hebt mij geantwoord! Ik zal uw naam aan mijn broeders verkondigen, in het midden der gemeente zal ik U lofzingen”.

Wat is dat nou ineens? Wat is er met hem gebeurd, dat alles ineens andersom is? Ik weet het niet en het staat er ook niet bij. Maar het wil er bij niet in, dat alles nu ineens koek en ei zou zijn. David wil getuigen voor de hele gemeente, staat er. Maar het is geen getuigenis in de stijl van “ik leerde Jezus kennen en al mijn problemen waren voorbij”. Nee, als ik dit zo lees dan is het eerder, dat David midden in de sores toch de Heilige God ontmoet heeft. Want, staat er, “God heeft niet veracht noch versmaad de ellende van de ellendige, en zijn aangezicht niet voor hem verborgen, maar Hij heeft gehoord, toen hij tot Hem riep”.
Nou, was dat verhoring of niet? Toen David zelf dacht “ik ben een worm en geen man”, toen heeft God zijn aangezicht niet voor hem verborgen. Als ik de beelden op TV zie, heb ik de neiging mijn ogen te sluiten, maar God doet het niet, Christus doet het niet. Al dacht David “een smaad voor de mensen en veracht door het volk” te zijn, God heeft hem laten zien: “Hij heeft niet veracht nog versmaad de ellende van de ellendige”. Weet je, als ik dit zo lees dan zeg ik: David heeft in de ogen van de Here Jezus gekeken. Hij was toch een profeet met zijn Psalm. Als een profeet heeft hij begrepen, wat later pas waar werd in Jezus: onze ziekten heeft Hij op zich genomen en onze smarten gedragen. Hij heeft de ellende van de ellendige niet versmaad, maar gedragen.
Hij heeft de diepste diepte door willen gaan. En wat is van ons verdriet het ergste? Als we denken: nou ben ik door iedereen verlaten en God heeft me ook in de steek gelaten. En dat is nu wat Jezus heel letterlijk vervuld heeft. Dat wat in elk mensenhoofd kan spoken als de ergste aanvechting – God heeft me ook nog in de steek gelaten! – dat heeft Hij vervuld. Want Hij heeft het werkelijk meegemaakt.
Die vervulling te kennen, dat betekent ook dat je verstaat: ja, zo had het wel kunnen zijn. Naar recht hadden wij dat verdiend, dat God het erbij zou laten. Maar dat is op Christus aangelopen, opdat wij nooit van God verlaten zouden zijn.
Ik bid ervoor, dat wij de Here Jezus mogen herkennen aan zijn wonden. En ik bid dat al zijn broeders en zusters de ogen van de Here Jezus mogen zien. Dat ze eten van het brood en drinken van de beker, totdat Hij komt. Totdat Hij komt! Want zo staat er (vs 27):
“De ootmoedigen zullen eten en verzadigd worden,
wie de Here zoeken, zullen Hem loven,
uw hart leve op, voor immer”.

Amen.

3 thoughts on ““Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?”

  1. ann feb 20,2012 14:24

    ik voel mij eenzaam niet geholpen door mensen eigelijk hetzelfde gevoel als Jezus toen Jezus riep naar zijn vader waarom hebt gij mij verlaten.zo voel ik mij al een hele tijd.waarom !

  2. marion mrt 7,2012 22:16

    dank je voor mij een op beurend woord,voel me verlaten,maar toch geliefd door jezus cristus heen.vader waarom hebt uw mij verlaten.maar door jezus cristus,mag ik weten dat hij mij nooit verlaat,al voel ik dat niet altyd zo,willen jully aub voor mijn zoon bidden,hij is pschotys dan wel dan niet,wil er voor hem zijn en dat ben ik, maar moet soms moeilijke keuzes nemen,dat gaat mij niet makkelijk af.weet zelf amper iets van deze ziekte af,en als ik het op zoek zijn het duure woorden waar ik niet veel mee kan,en ja pschiaters oke zij weten ook niet altyd een vinger op iets te leggen. hij gaat binnen kort naar vijverdal,waar hij al drie keer geweesr is.hij komt van heerlen af waar ze enorm op die jongens en meisjes gaan bezuinigen. tja en mamma vraagt zich af wat te doen. jezus help ons allen

  3. klaas apr 2,2015 11:22

    en Jezus riep mijn God waarom heeft u mij verlaten
    en Jezus zou gezegd hebben.
    ik ben de alfa en de omega, dat is nogal een verschil en staat haaks op elkaar.

Comments are closed.