Deze week verscheen “Minder pretentie, meer ambitie”, een rapport van de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) over ontwikkelingshulp. Zelden is een rapport zo slecht ontvangen: minister Koenders ziet weinig in de alternatieven die de Raad biedt, politieke partijen zijn sceptisch tot regelrecht afwijzend.

Toch is het een degelijk stuk werk. Het mooie eraan vind ik dat zestig jaar ontwikkelingshulp kritisch wordt doorgelicht zonder in cynisme te vervallen. Want dat is natuurlijk wel erg makkelijk: er gaat ruim voldoende fout om te ‘bewijzen’ dat hulp toch niet werkt. De hoofdlijn van het rapport is die van bescheidenheid: zowel ons schuldgevoel over een koloniaal verleden als het inspirerende vergezicht van de millenniumdoelen maakt hulp nog niet efficiënt. Veel Afrikaanse landen zijn er nu nog net zo aan toe als 50 jaar geleden, terwijl Aziatische landen een enorme stap voorwaarts hebben gezet. En dat verschil komt niet door ontwikkelingshulp.

“Hulp is nooit onschuldig” stelt het rapport en dat is ook zo. Als ik langs bedelaars loop, voel ik me een bruut als ik gewoon doorloop en tegelijk werk ik mee aan deze misstand als ik wel een paar euro geef. Datzelfde gebeurt op internationale schaal: je kunt mensen niet laten vallen en tegelijk plaats je landen in een afhankelijke positie en werk je corruptie en onverantwoordelijk gedrag in de hand. Er is hier niet één sluitend antwoord op en daarom moet je ook niet van je stoel vallen als bepaalde projecten niet hebben gewerkt. Wat mij betreft zitten er in het rapport meer verstandige lessen dan ik er tot heden van geciteerd zag. Wat ik dan minder te begrijpen vind is dat de opstellers bepleiten om een enorm nieuw instituut “NL-AID” in het leven te roepen dat alle hulp coördineert. Dan heb je net voorbeeldig geanalyseerd dat het maakbaarheidideaal een illusie is en dan tuig je een nieuw instituut op dat wel in staat zou zijn om effect te garanderen.

Hiermee hangt een andere tegenstrijdigheid in het rapport samen. Men wil een enorme sanering uitvoeren onder de ngo’s (hulpverleners die niet van de regering zijn): concentratie op tien landen en liefst via één instituut. En dat ene instituut kiest dan weer een Nederlands thema zoals “watermanagement” of zo. De Raad oppert ook een meer gewaagde themakeuze: “Nederland heeft altijd veel waarde gehecht aan de civil society, en is internationaal een koploper als het gaat om het bedrag dat voor ngo’s beschikbaar is. Het denken over de betekenis van de civil society is internationaal nog maar matig ontwikkeld, en hier ligt een unieke profileringskans.” Daar valt veel voor te zeggen, om de eeuwige tegenstelling tussen “eigen verantwoordelijkheid” en “de politiek” te doorbreken. Maar juist in dat licht is het merkwaardig dat particuliere en identiteitsgebonden organisaties in het rapport onderbelicht blijven. Onderbelicht, zeg ik, want ze worden wel degelijk benoemd.

Wat een prachtige rol kunnen juist deze organisaties spelen bij ontwikkelingswerk, denk aan ZOA en Woord en Daad, om dicht bij de mensen de verantwoordelijkheid te stimuleren in plaats van over te nemen. Graag zonder hoogmoed overigens, want de kritische noten uit het WRR-rapport blijven wel degelijk overeind. De bescheidenheid waarmee het rapport begint lijkt me het belangrijkste.

Daarbij moet me van het hart dat ik niet overtuigd ben door de klaagzang van ChristenUnie en SGP over het feit dat minister Koenders weigert om de giften die ZOA en Woord en Daad bijeen gebracht hebben, te verdubbelen. Hoor eens hier: het betrof een incidentele geste van de minister aan de gezamenlijke hulpactie. Het heeft niets te maken met discriminatie van christenen of zo: die zijn ruim vertegenwoordigd in de SHO. Het heeft nu eenmaal zowel voor- als nadelen om daaraan mee te doen. Organisaties als TEAR delen in die gezamenlijkheid en dat heeft als nadeel dat ze niet meer zelfstandig mogen werven, en als voordeel dat ze mee mogen delen uit de gezamenlijke actie. Tel uw zegeningen, ZOA en Woord en Daad en benut de gaven onder gebed en samen met uw christelijke partners in de getroffen gebieden. Het is beter om alleen alarm te slaan als dat volledig terecht is.