Wat in geen mensenhart op komt
Vandaag was het de dienst van openbare geloofsbelijdenis. Echt iets waar we als kerk enorm blij mee zijn. Tegelijk besef je dat het niet vanzelf spreekt. Het gaat in het geloof om dingen die het oog niet ziet en het oor niet hoort. Overtuiging op dat punt, daar zijn geen succesformules voor. Aan de andere kant: je hoeft ook geen super-ervaringen te hebben of zo. Het vraagt alleen wel (nou ja, alleen…) dat je je hand ophoudt, je hoofd buigt, en bereid bent open te staan voor wat de Heer geeft.
- Beluister preek over 1 Korinthe 2: 1-12
Geplaatst: Sunday 18 May 2008 in Thema: Preken beluisteren.
Reacties: nog geen
Stel dat het na Hemelvaart afgelopen was geweest, wat hadden we dan gemist? Het is natuurlijk geen kleinigheid wat er toen al bereikt was. Op Goede Vrijdag zei Christus “Het is volbracht” - en wat wil je nog meer? Op Pasen bevestigde God dat door de opstanding. Op Hemelvaartsdag kwam Christus weer aan Gods rechterhand. Wat is er méér? Simpel gezegd: als er betaald is voor je zonden, het eeuwige leven gegarandeerd en Christus zit op de troon - wat blijft er te wensen over?
Over persoonlijke en gemeentelijke vernieuwing
Jezus is gestorven voor de zonde; en hoe zit het met jou? Onze Heer is opgestaan; en jij dan? Christus zit aan Gods rechterhand; en waar zitten wij? Over deze kwestie - wat de heilsfeiten met je dóen - gaat het in onze tekst uit Romeinen 6: 1-14. De verdenking is natuurlijk: het doet niks met je. Het is mooi makkelijk om te zondigen en nog meer genade te krijgen. Maar wat verandert er? Paulus spreekt over wat we weten, wat we geloven, hoe je jezelf ziet en in wiens dienst je wilt staan.
Volgens de Here Jezus heeft ieder mens ten diepste drie dingen nodig. Ieder mens is een schepsel dat brood nodig heeft, een zondaar die vergeving nodig heeft en een gevangene die bevrijding nodig heeft. Vandaar dat de Heiland ons leerde te bidden: geef ons heden ons brood, vergeef ons onze schulden en verlos ons van de boze.
Vandaag een jeugddienst over het thema “genieten”. God ziet het graag als we genieten van het leven. Hij heeft het leven tenslotte ons als cadeau gegeven. Als ik iemand een cadeau geef, vind ik het fijn als hij het met enthousiasme uitpakt. In Psalm 16 leert David ons wat het geheim is van een leven waarin je kunt genieten van het goede, zonder in guzelementen te vallen als het tegen zit. Een leven met een centrum. “U wijst mij de weg naar het leven: overvloedige vreugde in uw nabijheid, voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde.”.
“Je hoeft niet bang te zijn al gaat de storm tekeer, leg maar gewoon je hand in die van onze Heer”. Aan de ene kant is dat kinderliedje een prachtige samenvatting van wat geloven is. Aan de andere kant kan het ook irriteren: als het stormt vallen er wél takken af en erger. En ziektes overkomen ook de gelovigen. We bespreken in deze dienst hoe Jezus het bedoelt als hij zegt: “Vrees niet”. In elk geval zegt hij in dit hoofdstuk: “er is méér”. Meer dan gelijk hebben bij een erfenis, meer dan bezit, meer dan zorgen.
“Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus” - zo begint Petrus zijn eerste brief en wat een mooi begin is dat. Want leven is loven en als je niet meer kunt loven dan ben je zo dood als een pier. Je bent pas echt rijk als je aan het eind van je leven met recht kunt zeggen: voor elke dag mij hier gegeven breng ik u een danklied toe. Is dat haalbaar? Petrus in elk geval leeft ons dat voor en zonder zo’n eeuwige glimlach alsof het altijd halleluja zou zijn. Dat doet hij op de enige basis die daarvoor toereikend is: Christus is opgestaan uit de dood. Zelf gezien.
Ik had iemand op bezoek die niet kerkelijk opgevoed is, maar wel geïnteresseerd is geraakt. Alleen, zei ze, met Jezus heb ik wel wat moeite. En welke moeite dan, vroeg ik. Nou, dat het zo erg met hem was dat hij door God verlaten werd.