De sluier voor je ogen
“Neem de sluier van mijn ogen – dan zal ik zien
hoe wonderlijk mooi uw wet is.”
Zo staat het in Psalm 119 en het is een realiteit die je maar al te zeer herkent: dat er een sluier voor onze ogen zit als het erom gaat, te zien hoe goed God en hoe heilzaam zijn geboden zijn. Goed om eens over na te denken: wat is voor jou de sluier? Wat belemmert jou om echt Gods goedheid en zijn geboden te erkennen?
- Beluister preek over Psalm 119: 18
Geplaatst: zondag 13 januari 2008 in Thema: Preken beluisteren.
Reacties: nog geen
We beginnen het nieuwe jaar met de prachtige woorden uit Efeze 4 over groei naar de volheid van Christus. Dat is wel een mooi begin: kijk nu eens waar je wat het geloof betreft in verlangt te groeien, dit jaar. En houd dat vast, in bidden en werken. Dat is nét even iets anders dan je goede voornemens. Goede voornemens verdampen zo makkelijk maar een verlangen blijft bestaan ook na een mislukking, en dat kan een kracht in de goede richting betekenen.
Genezing op gebed trekt veel aandacht. In vrijwel elke gemeente zijn er wel mensen ‘naar Jan Zijlstra geweest’. Hij is de voorganger van de gemeente ‘
In de dienst van vandaag legden we het Kerstevangelie naast de profetie uit Jesaja 52: Hoe welkom is de vreugdebode. Vrede, goed nieuws en redding - precies de ingrediënten waarover de engel spreekt tot de herders. Wat het oog daar ziet, dat zijn de ruïnes van Jeruzalem. Wat het oor hoort, dat is de aankondiging dat in deze puinhopen God zich zal tonen. Hij “ontbloot zijn heilige arm”, zo staat het bij de profeet. Dat is natuurlijk wel héél menselijk uitgedrukt. Maar ja, dat is misschien juist de clou van Kerst: dat God zich zo menselijk uitdrukt.
De Nederlands Gereformeerde Kerken hebben decennia lang vergaderd over de vrouw in het ambt. Ooit spraken we erover op onze Landelijke Vergadering. De stand van zaken was toen als volgt: exegetisch was het duidelijk dat de Schrift wél vrouwelijke diakenen kent (in elk geval Febe uit Kenchreeën, maar vermoedelijk ook de vrouwen uit 1Tm3), maar géén vrouwelijke ouderlingen. Ik heb toen een gloedvol betoog gehouden om in één keer alles te regelen: we laten wel vrouwelijke diakenen toe omdat de Schrift die kent en geen vrouwelijke ouderlingen omdat de Schrift die niet kent. Punt. 
Ergens heeft ieder mens misschien wel het besef van hoe we zouden moeten leven. We zijn niet bedoeld om elkaar naar de keel te vliegen of kapot te concurreren. Het visioen van Jesaja over de wolf en het lam die samen leven, verbeeldt die bedoeling. Jawel, maar dat is symbolisch zegt iemand en dat is waarschijnlijk ook wel zo. Maar dat betekent niet dat het daardoor minder onvoorstelbaar wordt. Zo van “de wolf en het lam dat zie ik nog niet gebeuren maar alle mensen die in vrede leven, dat moet kunnen”. Welnee, de mens is geneigd tot alle kwaad… tenzij hij door de Geest van God opnieuw geboren wordt. En over die Geest van God gaat het dan ook in onze tekst.
De weken van advent richten onze aandacht op de toekomst en dat kan geen kwaad want je blijft maar zo hangen in je eigen kleine kringetje. Vandaag, op de eerste zondag van advent, lezen we Jesaja 2: 1-5. Een visioen dat staat als een huis en waar je op een ander moment ook heftig tegen aan kunt lopen. Wat moet je met zo’n prachtig visioen? Dat staat in de laatste regel: “Nakomelingen van Jakob, kom mee, laten wij leven in het licht van de Heer”.
Vandaag was het jeugddienst en wel in aansluiting op onze RockCat die afgelopen week ging over de vraag “wat is geloven?”. Nu kun je onder dat woord natuurlijk van alles vangen. Ik geloof dat het gaat regenen. Ik geloof dat er wel iets moet zijn. Da’s allemaal niet genoeg en daarom vragen we ook naar: wat is een waar geloof? Het gaat over kennen en vertrouwen, en over het zaad van de zaaier.