Bouwen voor God of thuiskomen bij Hem

Op 8 november 2019 droeg ik voorzitterschap van de Landelijke Vergadering Zeewolde over aan Frans Schippers. Bij de voorafgaande bidstond hield ik onderstaande meditatie.

We lezen 2 Samuël 7: 1-16  – Gods toezegging over de voortzetting van Davids koningshuis

Ik koos deze tekst omdat hij vandaag in het rooster van het Bijbelgenootschap staat, maar wat een mooie tekst is het ook voor vandaag. Het is sowieso een mooie tekst want hij gaat over de kostbare Messiaanse belofte van het Davidshuis en over het eeuwig koningschap van onze Heiland.

Ook meer specifiek is het een kostbare tekst voor kerkbestuurders, voor bouwers in Gods Koninkrijk: nog méér dan al onze inspanningen is wat God in genade aan óns wil geven. 

Tegelijk moet ik eerlijk zeggen dat ik het voor kerkbestuurders ook een lastig hoofdstuk vind. Want het kan dus gebeuren dat je met al je goede bedoelingen, en zelfs met het stempel van een profetische goedkeuring erop, toch nog fout zit zodat God voorlopig je mooie plannen blokkeert.

Het gebeurde allemaal in de tijd van koning David. David had een zware tijd achter de rug toen hij moest vluchten voor Saul en toen hij eenmaal koning was had hij nog allerlei vijanden om zich heen. Maar onze tekst gaat over het moment dat David de vijanden verslagen heeft, dat hij zijn schaapjes op het droge heeft en dat de Davidsburcht overeind staat. We zijn er op het moment dat David door het raam kijkt en dat hij daar achter in de tuin een grijs heuveltje ziet, van de geitenvellen die over de ark van het verbond van God liggen. En hij beseft: hier klopt helemaal niks van! Ik heb hier een fraai paleis en Gods ark staat daar maar achter in de tuin. 

Vandaar het mooie plan om een passende tempel voor God te bouwen. Hij legt het plan voor aan Nathan en krijgt er diens zegen over. Maar in die eigen nacht zegt God tegen de profeet: niks ervan!

Had Nathan dan voor z’n beurt gesproken? Het punt is niet dat hij de koning naar de mond sprak  – want zo was deze profeet niet. Nee, maar Nathan wist – laten we maar zeggen – dat hij de Bijbel aan zijn kant had. Hij kon het bewijzen met een Bijbeltekst, namelijk wat er geschreven staat in Deuteronomium 12: 8-11: in de woestijn offert iedereen naar het hem goeddunkt, maar straks in het beloofde land mag je alleen offeren op de plaats die God zal uitkiezen. Er staat zelfs bij wanneer dat zal zijn, namelijk “als hij u eenmaal vrede heeft gegeven door u te verlossen van de vijanden die u omringen, en u leeft er ongestoord”. Het staat er in ons tekshoofstuk expres bij dat dit alles gebeurde “toen de Heer hem rust had gegeven door hem van al zijn vijanden te verlossen”.

Dus het was geen bevlieging van David en geen te makkelijk gegeven zegen van Nathan. Nee, David deed het met de goede intentie, hij deed het overeenkomstig Gods gebod en ook nog op het tijdstip dat God had aangegeven. En toch oordeelde God anders. Ik zal niet zeggen dat Hij het plan afkeurde, maar Hij geeft wel een belangrijke correctie: “David, wil jij voor Mij een huis gaan bouwen? Heb Ik dat soms hard nodig, zit Ik verlegen om een cederhouten paleis? Nee, niet jij zult voor Mij, maar Ik zal voor jou een huis bouwen, een koningshuis voor altijd.”

Bedenk wel dat dit te maken heeft met de allerbelangrijkste hoofdlijn van de Bijbel: in alle religies van de aarde is het offer een geschenk van mensen aan God, maar bij de God van Israël is dat andersom, het offer is een geschenk van God aan mensen. Denk aan Abrahams offer, denk aan de principes van de offer-thora, denk natuurlijk bovenal aan Jezus Christus zelf.

Meer zou te zeggen zijn, maar wat leren wij hier nu van? In de eerste plaats natuurlijk horen we hier over Hem die het centrum van ons geloof is, over Jezus Christus de grote Zoon van David die koning is voor eeuwig.

Tegelijk leren we ook als afgevaardigden: kerk is niet ‘wij bouwen iets voor God’ maar kerk (kuriaké) is dat wat van de Heer is en wat wij ontvangen uit zijn hand. Dat is de belangrijkste lijn voor het besturen van de kerk, voor het werk van de Landelijke Vergadering en voor het proces van hereniging: maak er niet een project van dat wij zullen bouwen voor God, maar neem echt de ruimte en de tijd om te ontvangen wat God wil geven. Want uit deze geschiedenis leren we: zelfs al doe je het met goede intenties, overeenkomstig Gods gebod en op Gods tijd  – maar als het erop neerkomt dat wij iets moois voor God denken te bouwen dan wil Hij er wel eens een stokje voor steken.

Dat snijdt ook in mijn eigen vlees: ik ben iemand van de korte klap. Een goed plan, helder geformuleerd, laten we het zo doen. En toch: juist op deze vergadering zult u ook nodig hebben om ruimte te maken om elkaar te ontmoeten, om samen stil te zijn en biddend te zoeken naar de weg die God gaat wijzen. Als we echt geloven wat we vandaag zongen “U maakt ons één, U bracht ons tezamen” dan zijn we in de goede houding om te gaan waar Jezus ons vóór gaat. Dan hebben we het trouwens ook niet alleen over onze twee kerken maar dan zullen we open blijven voor eenheid met állen die God liefhebben. Want hoevelen wij ook zijn, er is maar één Brood en dat delen we. Met dat Brood zijn we te gast bij koning Jezus  – en dat is genoeg.

Zeewolde 8 november 2019
ds Willem Smouter