De digitale stad

In 1949 schreef de Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges in zijn boek `El Aleph’ een verhaal over “De bibliotheek van Babylonië“. Dat is een gigantische bibliotheek. De talrijke boekenzalen zijn als een honingraat met elkaar verbonden en je kunt er eindeloos in dwalen. Saai zien de boeken er wel uit. Ze hebben allemaal dezelfde zwarte kaft en tellen allemaal 128 bladzijden. Gaandeweg wordt duidelijk waar de bibliotheek uit bestaat: het is de zeer grote, maar niet oneindige, collectie van alle mogelijke combinaties van de letters van het Babylonische alfabet binnen het bestek van 128 bladzijden. 

Dit nu is een intrigerende gedachte. Het betekent immers dat in deze bibliotheek àlles te vinden is. De wijsheid van alle eeuwen is hier beschreven. Het antwoord op alle vragen, ja zelfs op vragen die nog nooit gesteld zijn. De diepzinnigste lofprijzingen, maar ook de grofste ketterijen, de waarheid en de leugen… alles staat hier. Voor het oplossen van de wereldproblemen biedt deze bibliotheek dan ook grote mogelijkheden. Er is alleen een moeilijkheid: je moet de juiste boeken weten te vinden. Want als je een willekeurig boek van de plank pakt, dan is de kans groot dat het nòch waarheid nòch leugen bevat, maar alleen pure onzin.Een sekte binnen de bibliothecarissen pakt dit probleem aan. Om steeds dichter bij het geheim van de Waarheid te komen is men begonnen om alle boeken die evidente onzin bevatten, te vernietigen. Het officiële standpunt van de bibliotheek is, dat dit een ernstig ambtsmisdrijf is. Immers: ieder boek is uniek en later zou kunnen blijken, dat een boek dat we nú vernietigen toch van onschatbare waarde is. Borges besluit het verhaal dan met de erkenning dat dit standpunt strikt genomen wel juist is, maar niet zo zinvol. Er zijn immers altijd nog talloze boeken, die van het unieke exemplaar slechts één letter verschillen…

En nu Amsterdam

Aan dit oude verhaal moest ik dezer dagen denken, toen de gemeente Amsterdam in samenwerking met Hack-Tic Netwerk een telefoonnummer opende onder de naam: “De digitale stad“. Iedereen die een computer met modem heeft kan per telefoon verbinding leggen met een computer in Amsterdam, die op zijn beurt continu in verbinding staat met 1,8 miljoen andere computers in 137 landen. De clou is nu, dat je alleen maar verbinding hoeft te maken met Amsterdam om vandaar via simpele toets-aanslagen verbinding te krijgen met al die andere computers. De Amsterdamse computer is opgezet als een namaak-stad. Er is een plein, een bibliotheek, een stadhuis, een Centraal Station en zo meer. Als je de bibliotheek “betreedt”, kun je onder meer alle universiteits-bibliotheken raadplegen. Zo kun je de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek bekijken, net alsof je daar in de zaal zat. Maar even makkelijk kun je de Library of Congress in Washington bezoeken.En dat is in feite nog vrij eenvoudig. Via de optie Centraal Station bezocht ik in tien minuten zowel Israël als Tsjechië. In Israël haalde ik de speech van Clinton tijdens de vredes-ceremonie in het Witte Huis, ik bezocht de Ben Gurion Universiteit en kreeg van een overheidsdienst een artikel over de kosten van Aliyah (joden die terugkeren naar Israël) plus een aanvraagformulier voor het Arbeidsbureau. In Tsjechië betrad ik een Praagse universiteit, maar stuitte op het probleem dat ik niet weet wat Knihovna fakulty stavebni CVUT betekent en daarom stapte ik daar weer uit.Wat je ook kunt doen: je kunt post versturen naar iedereen met een computer-adres. Ik stuurde een bericht naar Israël voor het ministerie van buitenlandse zaken en merkte vanmiddag dat ik in m’n elektronische postbus antwoord had gekregen van Sarah!

Wat moet je ermee?

Kortom: hier is geen eind aan en het is nog maar net begonnen. Maar wat is het nut hier nu van? Dat is een goede vraag. In principe heeft ieder mens hiermee de toegang tot een onoverzienbare hoeveelheid informatie. Je kunt er vrij zeker van zijn, dat je informatie kunt krijgen over vervuiling in de Noordzee, over de situatie van de Indianen in Peru en over de uitleg van de brief aan de Galaten in Canada. Maar het lijkt heel veel op de bibliotheek van Babylonië, die Borges beschreef: alles zit erin, maar hoe vind je het? Eerst moet je tussen ontzettend veel onzin en vuilschrijverij het juiste onderwerp zien te vinden en dan vind je nòg een mengsel van betrouwbare en nutteloze tekst door elkaar heen. En wat is waarheid, ja wat is de Waarheid?

Ik kan me voorstellen dat u zegt: gelukkig heb ik zo’n computer niet, en ik zal u niet tegenspreken. Maar toch, ik vraag me af of deze Digitale Stad niet onder een vergrootglas laat zien in wat voor wereld wij allemáál leven. We krijgen veel en snelle informatie, maar wat is de betekenis ervan? Wat is de moeite waard, en wat is morgen al weer vergeten? Het is de bedoeling van deze nieuwe Opbouw-rubriek om telkens één opmerkelijk feit naar voren te halen uit kerk of samenleving en daar een apart licht op te laten vallen. Misschien een hulpje in de Babylonische bibliotheek.

Dit artikel verscheen in Opbouw, februari 1994. Het was duidelijk nog van vóór de zoekmachines. Aardig idee om je af te vragen, welke van de conclusie nu nog geldig zijn. Kunnen we nu wel waarheid en leugen, zin en onzin onderscheiden? Zoeken is makkelijker, duiden blijft lastig als immer. Toch had die Borges geniaal voorspellende gaven…