De liefde zal nooit vergaan

Schriftlezing: 1 Korintiërs 13

De liefde zal nooit vergaan.
Als we vandaag herdenken wie er overleden zijn in het afgelopen jaar, dan wil ik dit woord, dit hoofdstuk graag centraal stellen. De liefde zal nooit vergaan.
Ik weet wel dat dit hoofdstuk vaker gelezen wordt bij een bruiloft en daar past het uiteraard heel goed. Toch hoort dit hoofdstuk zeker ook bij gedenken.
Denk maar eens aan iemand die u mist, die in het afgelopen jaar overleden is: wat wilt u van hem of haar vasthouden, wat zou u graag gedenken aan hem of haar ?

Antwoord: liefde.
De liefde die zo iemand gegeven heeft, de liefde waarmee je van hem of haar hield, dat is waar het om gaat, dat is wat blijft.
Wacht eens, misschien was die liefde er juist niet . Dat is juist zo verdrietig, dat je die liefde zo gemist hebt of dat je er zo’n intense spijt van hebt dat je zelf niet voldoende liefde hebt gegeven en dat kun je nooit meer inhalen. Daar moeten we het ook over hebben. Maar dat onderstreept alleen maar wat ik zeggen wil: liefde is wat telt, want de liefde zal nooit vergaan.

Om het nou maar met woorden uit onze tijd te zeggen: al had ik een baan van hier tot Tokio, had ik de liefde niet ik ware niets. Al had ik een huis als een paleis, een opleiding als een professor, al was ik zo vroom als wat, had ik de liefde niet dan was het niets, alleen een dreunende gong en een schelle cimbaal. Zoiets bedoelt Paulus ook als hij letterlijk zegt, vers 3: “al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten”.
Het is overigens niet mijn bedoeling om hier te preken over de gestorvenen, nee, ik preek voor jullie de levenden: wat denk je nou dat ze van jou willen onthouden, je buren en collega’s en vrienden: wat zouden ze willen kunnen zeggen aan je graf?
Antwoord: liefde.

Is het dan echt zo simpel? Nou, simpel is het bepaald niet. Het is niet zomaar een warm gevoel of zo, nee de liefde waar het over gaat omvat wat de apostel in vers 4-7 schrijft en ik hoef daar heus geen extra uitleg bij te geven: “De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich\b; niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.” Dat is bepaald meer dan simpel…

Nu wordt het overigens hoog tijd dat we het ook hebben over tekort. Juist wanneer je deze grote woorden hoort, dan ga je bij het terugdenken je ook realiseren: dat is wat ik zo gemist heb, dat is waar ik zo naar verlangd heb. Of je realiseert je andersom dat je daar zelf zo in tekortgeschoten bent.
En daar heeft Paulus het juist in de volgende verzen over, over tekort. Ons kennen schiet tekort, ons profeteren is beperkt, en (zo voeg ik eraan toe): zelfs de liefde schiet tekort en is beperkt. Trouwens wat weet je nou echt van die ander? Begrijp je echt waarom hij nooit woorden vond voor liefde, waarom iemand teleurstelde? Nu kijken we nog in een wazige spiegel en past straks staan we oog, zo zegt de apostel hetl.

Ons resten geloof, hoop en liefde. En alle drie heb je nodig. Laat ik het eerst hebben over geloof. De kern van het geloof is: genade. Geloof is niet alleen dat je ervan overtuigd bent “dat er iets moet zijn”. Maar geloof is bovenal: “alzo lief had God de wereld dat Hij zijn eniggeboren zoon voor ons gegeven heeft”. Dat Jezus Christus het lam van God is dat de zonde der wereld wegdraagt, de zonden van jou en van mij waarvoor met zijn bloed betaald is. De kern van geloof is dat je deze genade zelf ontvangen hebt en dat je van daar uit ook genade kunt schenken. ‘Geloof’ betekent dus dat je vandaag bij het gedenken het licht van Gods genade ziet schijnen over jezelf en over je herinneringen.

Geloof, hoop en liefde. Wij hebben ook hoop. We treuren zeker, maar niet als degenen die geen hoop hebben. Paulus heeft het over: “straks als het volmaakte komt”. We mogen ook zeggen: niets kan ons scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, zelfs de dood niet. Zeker, we weten maar weinig over hoe dat zal zijn, maar dat mag je toch ook aan God overlaten? Wat Paulus hier benadrukt dat is: hoe we elkaar nu kennen dat is nog maar beperkt, maar straks zullen we kennen zoals we gekend zijn. Straks zullen we elkaar zien zoals God ons bedoelde vanaf het begin.
Zullen we elkaar kennen? Van Paulus leren we: je denkt hier en nu elkaar te kennen, maar vergeleken bij straks is dat nog maar het kijken in een wazige spiegel. Straks staan we oog in oog, dan zullen we zeggen: nou weet ik het, zó ben je echt – dan kennen we pas zoals we zelf gekend zijn.

Vandaag gedenken wij, we brengen ons gemis bij God, en we doen dat in het licht van Christus dat over ons en onze herinneringen schijnt. Want weet je wat het is: ons resten geloof, hoop en liefde. Maar de grootste daarvan is de liefde.
Amen

Willem Smouter, Apeldoorn – 25-11-2018

Leave a Reply