De echte herder

Zojuist op Ned. 2 uitzending door ZvK van onze kerkdienst in de Tabernakelkerk, over de tekst van het oecumenisch leesrooster deze week: Johannes 10: 11-18, over de goede herder. Hieronder de preek die ik hield.

Weet je wat het punt is? Leiders hebben we genoeg, meer dan genoeg zelfs, maar lang niet iedere leider is een herder, een goede herder. Het verschil kun je bijvoorbeeld merken op je werk. Veel mensen hebben het gevoel dat hun leidinggevenden vooral managers zijn; ze worden ingevlogen om winst te maken, om de boel efficiënt te laten draaien, maar zonder hart voor de zaak en hart voor mensen. Dat is eigenlijk wat Jezus zou zeggen: die man is een huurling en de schapen kunnen hem niks schelen. Want morgen heeft-ie weer een ander winstgevend project. Maar het is een heel ander verhaal als je baas tegelijk iets van een herder heeft. Kijk eens, die man is er ook niet om zoete broodjes te bakken. Misschien heeft hij wel een stok en een staf en brengt hij de boel in beweging terwijl jij daar geen zin in had. Maar je merkt dat het hem ter harte gaat. Hij weet te verbinden, hij kent z’n mensen en de mensen kennen hem.

Over zulke kwesties heeft Jezus het als hij zegt “Ik ben de goede herder”. Dan zet hij niet dat zoete plaatje neer van een goedige knul met een hondje, die voor iedereen aardig is. Nee dan heeft hij felle kritiek op de leiders van zijn tijd. Op de Farizeeën en schriftgeleerden, die precies weten hoe het hoort en die iedereen de maat nemen, maar die gewoon geen hart voor de mensen hebben. Het was net nog gebeurd: Jezus heeft op sabbat een man genezen die blind geboren was en, eerlijk waar, de zogenaamde herders van Israël komen niet verder dan mopperen dat het op sabbat gebeurd is. In geval van nood mocht je ook op sabbat werken maar, hallo zeg, deze man is blind geboren dus dat kan nooit spoedeisende hulp zijn geweest. Enfin, zoiets. Vandaag dat ze tegen iemand zouden zeggen: dat hebt u wel mooi gedaan menneer, maar het is niet volgens het protocol…

Jullie eten wel van hun kaas

Overigens, dat beeld van een leider die als het goed is ook herder is, dat kenden de mensen heel goed. Het beroemdste voorbeeld is natuurlijk koning David die als herder begonnen was en die dat nooit vergeten is. Maar veel eerder las je dat al over Mozes. Die was zonder meer een leidersfiguur, goed opgeleid door de Farao en toch nooit zijn eigen volk vergeten. De ideale leider zou je zeggen. Maar voordat hij aan de slag kon, zorgde God dat hij eerst jaren lang moest oefenen als herder voor de schapen van z’n schoonvader – en reken maar dat dat verschil maakte. Een leider wordt herder – dat was altijd het ideaal. Maar mensen lief wat valt dat in de praktijk vaak tegen, toen en nu. In de profeten wordt dan geklaagd over leiders die alleen aan zichzelf denken, over herders die zelf de weg kwijt zijn en die zodra er gevaar dreigt meteen op de vlucht slaan. Er staat bijvoorbeeld in de profetie van Ezechiël: “jullie eten wel van hun kaas, jullie gebruiken hun wol voor je kleren en jullie slachten de vette dieren, maar de schapen weiden, dat doen jullie niet” (Ezechiël 34: 3). En dan wordt er gezegd door de profeten dat God zelf gaat ingrijpen en dat hij het wel eens over zal nemen. “Ik zal die kwade herders slaan”, zegt God, en “ik zal zelf mijn schapen wieden en ze laten rusten, ik zal ze weiden zoals het hoort”.

Nou dat speelt allemaal op de achtergrond mee als Jezus gaat spreken. Men verstond de taal van de goede herder: dat had te maken met kritiek op de slechte herders van die tijd en met het geloof dat God zelf zou gaan optreden. Maar twee dingen springen er dan uit als heel bijzonder, met een schok. Ten eerste dit, als Jezus zegt “ik ben de goede herder” – dan denk je: wacht even, het was God die de goede herder zou zijn. Is dan deze Jezus, deze mens, is dat dan echt God die naar ons omziet?

En het tweede dat er uit springt, is dat deze goede herder gaat sterven. Het eerste wat hij zegt is al “Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen”. Tja, dat is niet het eerste waar ik aan denk bij een herder, en het wordt ook lastig als iedere herder dat gaat doen, zijn leven geven. Normaal is het een ramp voor de schapen als de herder dood gaat. Een goede herder geef zijn leven voor de schapen… Nou ja, figuurlijk misschien als de bedoeling is om zijn totale inzet te beschrijven. Maar Jezus ging bepaald verder: 17 De Vader heeft mij lief omdat ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen. 18 Niemand neemt mijn leven, ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die ik van mijn Vader heb gekregen.’ U voelt wel: het gaat hier over dat allerdiepste, waar geen aardse herder aan kan tippen, en waardoor Jezus ook niet zo maar inpasbaar als model voor een cursus “verbindend leiderschap” of zo. Het gaat hier over het feit dat Jezus letterlijk zijn leven gegeven heeft in de strijd tegen de wolf, de verslinder, tegen de duivel zelf. Over wat er gebeurd is op Goede Vrijdag toen hij gekruisigd werd en op Pasen toen hij opstond uit de dood.

Meer dan een zeer pootje

Kijk eens, ik weet natuurlijk wel dat “Jezus is de Goede Herder” het meest geliefde kinderversje is, en het zit ons ook tussen de oren, maar “de goede herder” gaat dus niet alleen over een schaap met een zeer pootje en over een lammetje dat zo alleen is, maar om niks minder dan je bescherming tegen de wolf, om behoud of verloren gaan, om een kwestie van leven en dood. En nu staat er niet precies bij hoe het zit met die wolf en hoe Jezus hem overwonnen heeft, dus dat weet ik vandaag ook niet allemaal, maar het gaat hierom: er wordt om je gevochten en je hebt een herder die om je geeft en die zijn leven voor je ingezet heeft. En luister goed: de herder wint, de herder wint.

Juist als je begrijpt hoe serieus het werk van de goede herder is, om mensen te redden van de wolf die wil verscheuren, dan begrijp je ook dat het niet alleen over ons clubje gaat, maar zoals de Heer zegt: “ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder.” Wij zijn zelf al een voorbeeld van die andere schapen, maar het werk van Christus gaat ook vandaag nog door. Dat is een goed moment om nog eens mee te kijken met onze jeugdgroep die juist daarmee bezig was, met de kerk wereldwijd. (instart filmpje)

Omdat het één herder is en één kudde, daarom weten we ons met elkaar verbonden, tot heel ver in Cambodja en waar nog meer, over heel de wereld. En we hebben één herder, die ons de weg wil wijzen, die ons wil leren de stijl dat je geeft om een ander, de stijl dat je leeft in recht betrouwbaarheid, en liefde die alles te boven gaat. Dat is waar de herder ons mee wil nemen.

En het belangrijkste – we gaan afronden – is natuurlijk niet dat je precies weet hoe het allemaal zit met die goede herder, maar het belangrijkste is: hoe zit het met jou, met u? Durf je de goede herder te vertrouwen, durf je ervoor te gaan om te leven zoals Jezus ons dat leert. En bij alles wat er over je heen spoelt, ook aan narigheid, ook aan dingen die je niet snapt, dingen die te veel zijn, durf je te vertrouwen, durf je te geloven in de goede herder, dat hij uiteindelijk je veilig weer naar de stal zal brengen. Dat is wat een goed herder doet. Als je zijn stem kent, dan mag je hem vertrouwen, want hij kent ons nog meer dan we hem kennen.

Amen.