Kroonbede na 9/11

Een paar dagen na de aanslagen van 11 september stond ik op het rooster voor de Kroonbede – bidden voor de overheid.

Ik ben zelf nooit in New York geweest. En toch begrijp ik, dat er kranten zijn die schrijven: wij zijn allen New Yorkers. Zo dicht komt het bij je. Het komt op je netvlies, natuurlijk, omdat we de TV en de kranten zien. Maar het raakt ons zo diep, gewoon omdat het een deel van ònze wereld is die instort. Als ik nou vandaag op een rijtje zet waarom ik zo geschrokken ben, dan is dat om drie redenen. Het is omdat ik denk:

  • zo kwetsbaar is mijn leven
  • zo slecht kunnen mensen zijn
  • zo wankel staan de goden van vandaag

Kijk, het is natuurlijk eerst die kwetsbaarheid. Ik ben ook zo’n mannetje uit de moderne wereld met een GSM op zak en een goed gevulde maag, net als die mensen daar die hun voicemail hebben ingesproken met een bericht uit de diepte van de nood. Mijn medeleven gaat naar al die mensen uit, maar ik proef daar doorheen dat ik denk: ik ben er ook zo een, hoe kwetsbaar ben ik?

En het tweede waarvan ik schrik is: hoe slecht kunnen mensen zijn, dat ze met duivelse precisie een vliegtuig vol mensen door een wolkenkrabber heen jagen? Onze samenleving is erop gebaseerd, dat mensen slecht zijn, maar dan tot op zekere hoogte. Je weet dat je je deur op slot moet doen en dat is lastig, maar je kunt ermee leven. Maar dat ze je deur met dynamiet kunnen opblazen, daar denk je niet aan. En je vraagt je af: moeten we alles dan overhoop gooien om met zulke gruwelen te rekenen?

En tenslotte schrik ik ook als ik me realiseer wàt er getroffen is. Het zijn mensen die gedood zijn, ja dat allereerst. Maar het zijn toch ook, eerlijk is eerlijk, de machten van nu, zo niet de goden van deze tijd. Neem me niet kwalijk, zeg: het wereldhandelsgebouw en het Pentagon, het geld en de macht, in één uur zijn zij verwoest! Ik weet dat ik op God moet vertrouwen en niet op de afgoden van vandaag, maar die vraag komt toch wel op me af: had ik in wezen óók niet een beetje gerekend op de betrouwbaarheid van het geld en de macht? Dan zijn er dinsdagavond óók twee godenbeelden van hun sokkel gevallen.

En in deze situatie gaan wij vandaag bidden. We gaan bidden voor de overheid, hier en in Amerika. Prinsjesdag gaat door, al is het met een andere kleur. Het is goed dat ook dit gebed van de Kroonbede doorgaat, en ook dat met een andere kleur. Want als er ooit gebed nodig is geweest voor de overheden, dan wel in deze dagen. Voor de onmogelijke afwegingen waar president Bush voor staat, maar ook voor de regering in ons eigen land, die dinsdag begint aan een nieuw parlementair jaar. Dan gaat het niet alleen om de militaire vragen, maar om alle kwesties van leven en dood, van recht en gerechtigheid.

 

We kozen als thema voor deze samenkomst “Kiest dan heden”, naar het woord van Jozua “Kiest dan heden wie gij dienen zult”. En ik ben er diep van overtuigd, dat deze vraag ook voor vandaag het allerbelangrijkste is: waar stel ik mijn vertrouwen op en wie zal ik dienen?

We kunnen ons daarbij laten helpen door de woorden van Psalm 46, die ons voorzingt: “God is ons een toevlucht en sterkte, ten zeerste bevonden een hulp in benauwdheden”. Het is een Psalm waar zo op het oog nogal stoere woorden in voorkomen. “Daarom zullen wij niet vrezen, al verplaatste zich de aarde”. En: “een vaste burcht is onze God”. Je kunt dat zingen op dreunende toon in een overvolle kerk en, eerlijk gezegd, dan kan ik daar niet zoveel mee. Zeker als de nood je hoog zit, dan is het geen tijd om triomfantelijk te doen.

Voor mij is de Psalm open gegaan, toen ineens dat woord ‘toevlucht’ op me af kwam. God is ons een toevlucht, dat betekent letterlijk dat ik naar Hem toe kan vluchten. Aan vluchten is niks heldhaftigs, maar het is wel enorm belangrijk, dat je toch een veilige haven hebt.

Als God hier een ‘burcht’ genoemd wordt, een vaste burcht, dan heeft dat precies diezelfde betekenis. Ik heb zo’n burcht eens gezien in Israël en u moet weten: dat is niet een kasteel waar de burchtheer zich veilig weet, maar het is vooral een versterkte plaats met een heel groot plein met muren eromheen. En als de boerenmensen in de omgeving geteisterd werden door de Filistijnen of de Midianieten die het land kwamen kaalscheren, dan was die burcht heel letterlijk een toevlucht: een plaats waar je naartoe kon vluchten om het vege lijf te redden. Ik maak het niet mooier dan het is: vaak was hun land dan evengoed platgebrand en de schade enorm. Maar je had een plaats om naar toe te vluchten, een plaats waar je de veiligheid van de koning kon vinden.

Wel, daarmee kun je het vergelijken als wij vandaag onze toevlucht zoeken bij de Here, als Amerikanen een ‘national day of prayers’ houden en wij een Kroonbede. Dat is niet dat wij God begrijpen, of Hem in onze vingers hebben. Het is niet iets van ‘een vaste God heeft onze burcht’, maar wij hebben zelf geen burcht, ook de sterkste machten van vandaag blijken kwetsbaar. Het geld en de macht, de beurs en het leger, ze storten zomaar in en zijn wat de Bijbel het noemt “ijdelheden”. Maar door alles heen mogen we zingen “een vaste burcht is onze God”, Hij is ons een toevlucht en sterkte, ten zeerste bevonden een hulp in benauwdheden. Hoort u daar het woord ‘bevonden’ in? Dat is: door alle eeuwen heen hebben mensen bevonden, ervaren, dat God een hulp is in benauwdheden. Daar redeneer je niet naar toe, dat laat een heleboel vragen open, maar het is wel zó echt: Hij en Hij alleen is een hulp in benauwdheden. We bidden, dat ook de Amerikanen dat vandaag en de komende tijd mogen ervaren.

Intussen, wat ìs dat nou waardoor je bij God veiligheid kunt vinden, wat betekent dat concreet? De Psalm zegt het in beelden, in een wonderlijk beeld: laat de bergen schudden en de zeeën bruisen, maar daar is een rivier, haar stromen verheugden de stad Gods, de heiligste onder de woningen van de Allerhoogste. Dat is dus: tegen het geweld van de aarbeving en de bruisende zee kennen wij die zacht stromende rivier bij Jeruzalem. Een wonderlijk beeld, zeg ik, want u moet weten: er ìs helemaal geen stromende rivier bij Jeruzalem. Dat was zelfs een heel pijnlijk punt; iedere stad van formaat had wel een rivier om zich in te verheugen, maar Jeruzalem heeft niks.

Dat is te zeggen: een letterlijke rivier stroomt er uit Jeruzalem niet en dat is ook nooit geweest. Uit Jeruzalem stroomt maar één rivier en dat is de rivier van Gods genade, van zijn oneindige liefde en vergeving. Van zijn wijze geboden en inzettingen, zo u wilt van normen en waarden voor heel de samenleving. Het is een rivier, die destijds bij het altaar begonnen is en die wij hebben leren kennen door Jezus Christus, ozne Verlosser. De profeten kenden die rivier als de tempelbeek, die vanuit het altaar vloeit en waarvan de stromen zullen zijn tot genezing der volken.

Het is die rivier, haar stromen verheugen de stad Gods, waarbij je houvast kunt vinden als alles wankelt, als de aarde beeft en de zekerheden sneuvelen.

 

We gaan bidden voor de overheid. We gaan bidden om wijsheid en kracht, om recht en gerechtigheid. We doen dat in de overtuiging dat we in de stad van de mens de dingen niet op een rijtje krijgen met vertrouwen op de goedheid van de mens, op de kracht van de markt en de macht van de wapens. Vandaag vluchten de mensen en wij bidden dat het mag zijn een vluchten tot God. Niet alleen bij een ramp, maar in alle dagen van ons leven kunnen we alleen veiligheid vinden als wij vluchten tot God, een toevlucht nemen in zijn burcht, leven bij de rivier die uit de stad van God is uitgegaan. We zeggen maar eerlijk, dat wij het óók als rampen voor ons volk beschouwen, wanneer de mens de teugels van het leven in handen neemt en zelf beschikt over leven en dood, over goed en kwaad. Juist daarom bidden wij voor de overheid. Gods wijsheid, zijn kracht en zijn liefde bidden we toe aan ieder die over ons gesteld is.

Tenslotte nog één ding. De rivier van God is van Jeruzalem uit de wereld in gegaan. Uit Sion is de wet uit gegaan, uit de tempel komen de waarden en normen die tot genezing van de volkeren zijn. Deze week werden er aanslagen gepleegd op Amerika, jazeker. Maar ik ben ervan overtuigd: uiteindelijk gaat het ook deze week om Jeruzalem. De krachten die aan het werk zijn, hebben het gemunt op Gods werk. Op de plaats vanwaar de rivier van God de wereld in gegaan is en op de mensen die daar nu wonen. Laat ons gebed een gebed zijn om de vrede van Jeruzalem.

Amen.